Behandeling
Behandeling met geneesmiddelen
Corticosteroïden
Corticosteroïden onderdrukken het immuunsysteem en zijn dikwijls werkzaam voor korte tijd. Doorgaans worden ze alleen voorgeschreven voor een korte periode.
Intraveneuze immunoglobulinen
Intraveneuze immunoglobulinen vertragen of stoppen de vernietiging van bloedplaatjes. De behandeling is vaak effectief, kan herhaald worden, maar is meestal maar kortstondig. Ze worden vaak gebruikt als we de plaatjes snel willen laten stijgen.
TPO (trombopoëtine) -receptoragonisten
TPO is een bloedplaatjesgroeifactor die van nature in het lichaam aanwezig is. Geneesmiddelen die ‘TPO-receptoragonisten’ worden genoemd, stimuleren de aanmaak van bloedplaatjes.
Deze behandelingen zijn effectief bij ITP. Helaas behandelen ze alleen de verschijnselen van de aandoening (het tekort aan bloedplaatjes) en niet de oorzaak (ze onderdrukken niet de immuunreactie waarbij antilichamen
worden gemaakt die bloedplaatjes vernietigen).
Anti-CD20’s
Anti-CD20’s zijn geneesmiddelen die specifiek B-cellen vernietigen.
B-Cellen zijn een type witte bloedcellen die een belangrijke rol speelt binnen het immuunsysteem, namelijk antilichamen aanmaken. Eén van de werkingsmechanisme van anti-CD20-therapie is het afremmen van de werking van de cellen die achter de aanmaak zitten van auto-immuun antilichamen die bloedplaatje vernietigen.
Immunosuppressiva
Immunosuppressiva blokkeren het immuunsysteem (B cellen of T lymfocytes) dat vervolgens de bloedplaatjes niet meer aanvalt.
Splenectomie (operatieve verwijdering van de milt)
Bij splenectomie wordt het orgaan verwijderd dat het belangrijkst is voor de vorming van bloedplaatjesvernietigende antilichamen en de voornaamste plaats waar bloedplaatjes worden vernietigd. Daarom is deze zeer effectieve behandeling een van de voorgestelde oplossingen wanneer de aandoening langer dan twaalf maanden aanhoudt. Het wordt alleen toegepast bij patiënten met een moeilijk te behandelen ITP. In ongeveer 70% van de gevallen leidt dit tot genezing.
De operatie vindt plaats onder algemene verdoving, hetzij via een gewone incisie in de buik hetzij laparoscopisch (via een kijkoperatie). Zoals alle operatieve ingrepen kunnen er complicaties optreden, maar gezien de vooruitgang die er is geboekt met operaties en anesthesie (narcose), komen ongelukken maar zelden voor. De ongelukken van de operatie en anesthesie (narcose) zijn beperkt. Spreek erover met uw hematoloog.
Na verwijdering van de milt: Het leven wordt weer normaal. Er is geen speciaal dieet nodig en er zijn geen beperkingen wat betreft lichamelijke activiteit. U moet daarentegen wel alert zijn op het geringste teken van infectie. Aangezien de milt een belangrijke rol speelt bij de bestrijding van sommige infecties (in het bijzonder bacteriën als pneumokokken, Haemophilus influenzae en meningokokken), is het risico van ernstige, acute infectie namelijk groter als de milt is verwijderd. Bij elke verhoging van de lichaamstemperatuur moet meteen behandeling met antibiotica worden opgestart om de patiënt te beschermen tegen pneumokokkeninfecties. Dat betekent dat u altijd antibiotica bij u moet hebben, zelfs op reis.
Uw vaccinaties moeten up-to-date zijn. Vaccinaties tegen pneumokokken, Haemophilus influenzae en meningokokken zijn absoluut noodzakelijk voor de splenectomie. Een jaarlijkse griepprik wordt aangeraden. De vaccinatie dient om de vijf jaar herhaald te worden. Volg strikt het vaccinatiebeleid dat nodig is bij buitenlandse reizen. Gebruik stipt malaria profilaxie als nodig.
Aanbevolen wordt altijd een splenectomiekaart bij u te hebben (liefst in verschillende talen, als u naar het buitenland gaat).
Spoedbehandeling
Wanneer het aantal bloedplaatjes snel omhoog moet, bijvoorbeeld bij <10.000/mm³ bloedplaatjes, hebben corticosteroïden of immunoglobulinen de voorkeur. Transfusies met bloedplaatjes zijn zelden nodig en blijven voorbehouden voor situaties met levensbedreigende bloedingen. Uiteraard kan u hiervoor met al uw vragen terecht bij uw hematoloog.
OPGELET !!!
U mag geen geneesmiddelen gebruiken die de bloedstolling verstoren: aspirine, ontstekingsremmers, antistollingsmiddelen (tenzij na overleg met uw arts).
Sommige geneesmiddelen zijn tegenwoordig vrij verkrijgbaar. Leer ze te identificeren en te vermijden als ze contra-indictief zijn met ITP.
Denk eraan artsen die u ziet voor andere gezondheidsproblemen, te waarschuwen dat u ITP hebt en zeg welke behandeling u hiervoor krijgt.
